GENEALOGIE WOBBES

Geaktualiseerde samenvatting van de onderzoeksresultaten in verband met de verdwijning van Hendrik Wobbes, Jan Gouman en Geert Wijdeveld tijdens de Duitse bezetting in november 1944.

De hierna weergegeven informatie met betrekking tot de vermisten heb ik deels verkregen uit gesprekken met naaste familieleden en deels uit documentatie dat mij ter hand is gesteld door de familie van Jan Gouman, verder heb ik een aantal fotokopieën van brieven gekregen uit de nalatenschap van Geesje Holtman, destijds de verloofde van Hendrik Wobbes. Ook heb ik het gedenkboek 1940-1945 van de toenmalige gemeente Hoogkerk geraadpleegd. De recapitulatie van het vertrek naar en verblijf in de regio Tiel-Wageningen is gebaseerd op de genoemde documentatie en brieven en op gegevens die ik verkreeg tijdens gesprekken met de heer en mevr. Groen-Wijdeveld en een nicht van Hendrik Wobbes: mevr. G. de Haan-van Huizen.

Het gaat om de volgende personen:

Jan Gouman, geboren 13 juni 1916 te Barendracht. Hij was tot medio 1943 wachtmeester bij de marechaussee met standplaats Hoogerheide. Nadat hij een politieke arrestant liet ontvluchten is hij door de bezetter veroordeeld tot negen weken gevangenisstraf die hij heeft uitgezeten in de strafgevangenis te Scheveningen. Om niet opnieuw taken in opdracht van de bezetter te hoeven uitvoeren is hij medio 1943 ondergedoken bij de familie Eilander te Hoogkerk en gedurende de periode september – november 1944 te Deventer. Omdat zijn ouders weigerden zijn verblijfplaats aan de bezetter bekend te maken werden zij, met een deel van de overige kinderen, gedurende een aantal maanden gegijzeld in het kamp Vught. Het originele persoonsbewijs van Jan is in het bezit van zijn zuster mevrouw J. de Koning-Gouman te Barendrecht zodat de conclusie gerechtvaardigd lijkt dat hij in het bezit moet zijn geweest van een vervalst persoonsbewijs.

Geert Wijdeveld, geboren 22 augustus 1921 te Onstwedde. Hij werkte als sluiswachter in Sambeek (Limburg) en moest werken in Duitsland. Hij keerde terug naar Nederland en wilde niet opnieuw voor de bezetter werken en dook onder bij zijn zwager en zus die op een binnenvaartschip voeren. In de herfst van 1944 heeft het schip met z’n bewoners enkele maanden afgemeerd gelegen in het peizerdiep bij de boerderij van de familie Wobbes (tussen Roderwolde en Hoogkerk). Het originele persoonsbewijs van Geert is in het bezit van zijn zuster mevrouw Groen-Wijdeveld te Kootstertille zodat ook ten aanzien van hem de conclusie gerechtvaardigd lijkt dat hij eveneens in het bezit moet zijn geweest van een vervalst persoonsbewijs.

Hendrik Wobbes, geboren 15 december 1919 te Tijnje. Hij werkte tot november 1944 in het veehoudersbedrijf van zijn moeder. Hij gaf, samen met zijn moeder en broers, gelegenheid tot onderduik op de boerderij en werkte mee aan de illegale voedselverdeling ten behoeve van onderduikers. In de loop van de bezettingstijd hebben de Duitsers kennelijk lucht gekregen van de in hun ogen ontoelaatbare activiteiten van met name Hendrik. Op de morgen nadat hij, samen met Geert Wijdeveld, was vertrokken hebben de bezetters huiszoeking gedaan maar gelukkig de onderduikers, die in een hol onder het hooi verborgen zaten, niet kunnen vinden. Hendrik Wobbes was niet ondergedoken maar de grond werd wel (te) heet onder zijn voeten. De familie is niet in het bezit van zijn persoonsbewijs zodat aangenomen mag worden dat hij dit document bij zich had toen hij vertrok.


In de vroege morgen van 1 november 1944 zijn Geert Wijdeveld en Hendrik Wobbes per fiets vertrokken vanaf de boerderij van de familie Wobbes. Omdat zij spoedig in de gaten kregen dat er een overvalploeg van de Duitsers in aantocht was hebben ze zich op veilige afstand in het weiland verborgen en zijn na het vertrek van de Duitsers teruggegaan om na te gaan of er iets was gebeurd. Toen hen bleek dat er niets bijzonders aan de hand was zijn ze alsnog vertrokken. Aangezien er later in de tijd sprake van is dat ook Jan Gouman zich bij hen bevond zullen de beide mannen vermoedelijk richting Deventer zijn vertrokken waar Gouman toen was ondergedoken.
Uit de brief van Hendrik Wobbes -gedateerd zondag 5 november 1944- aan zijn verloofde blijkt dat ze op zaterdag 4 november tussen Amerongen en Wijk bij Duurstede de Rijn zijn overgestoken en zaterdagavonds, na een voorspoedige reis, zijn aangekomen in Maurik waar ze overnacht hebben ten huize van de familie J.C. Dees, daar zat ook de politieman Douma uit Tiel ondergedoken. Op zondag 5 november hebben ze onder leiding van Jenny Douma (de dochter van de politieman) de omgeving van Tiel verkend en heeft Jenny hen gewezen waar een boot lag die ze bij het oversteken van de Waal konden gebruiken, ook heeft zij hen de wachtposten van de Duitsers aangewezen. Daarna zijn ze teruggekeerd naar Maurik om te eten en zijn omstreeks 6 uur op die zondagavond weer naar Tiel gegaan waar ze in het huis van de familie Douma mochten verblijven tot er zich een goede gelegenheid voordeed om de rivier de Waal over te steken. Toen Jenny de volgende morgen kwam kijken waren de mannen vertrokken. Jenny Douma (nu mevrouw J. Wouters-Douma te Tiel) heeft nadien nooit meer iets vernomen van de mannen zo heeft zij mij in een telefonisch gesprek meegedeeld.
Uit een brief van haar -gedateerd 6 augustus 1945- blijkt verder dat zij in een gesprek met de politiecommandant te Tiel te horen heeft gekregen dat er destijds een 4-tal mannen door de Duitsers zijn opgepakt waarvan er een, een Utrechtenaar, direct is doodgeschoten. De andere drie zijn weggevoerd met onbekende bestemming. Uit de tot nu toe behaalde resultaten van mijn onderzoek maak ik op dat deze gebeurtenissen niet te maken hebben met de vermisten waarnaar ik op zoek ben.
Uit een brief –gedateerd 11 juni 1946- van de vader van Jan Gouman maak ik op dat hij een verzoek om inlichtingen heeft laten plaatsen in “de Zwerver” met daarbij een foto van zijn zoon Jan. Enige tijd daarna heeft hij een brief ontvangen van, en een gesprek gehad met
J. Kalkers te Wamel destijds commandant van de BS aldaar. Uit dit schrijven en uit het gesprek komt naar voren dat Kalkers zich vaag kon herinneren dat een drie-tal mannen waarvan een marechausse was en een ander gronings sprak, de Waal bij Tiel waren overgestoken en enkele dagen in bevrijd gebied zijn gebleven. Kalkers maakt ook melding van het feit dat dit 3-tal later, in het gezelschap van een Engelse officier, met een gevaarlijke opdracht is vertrokken naar Tiel en later bij het oversteken van de Rijn zou zijn verdronken. De Engelse officier zou zijn teruggekomen en dit hebben verteld.
Gelet echter op de inhoud van een brief –gedateerd 6 januari 1948- van de adjudant Zeegers van de rijkspolitie te Breda aan de familie Gouman ligt het naar mijn mening eerder voor de hand om te geloven dat de mannen door de Duitsers zijn aangehouden. In deze brief is er sprake van een proces-verbaal waarin twee meisjes aan de politie te Wageningen verklaren dat Jan Gouman door de Duitsers is aangehouden en met nog twee anderen is weggebracht. Vele pogingen mijnerzijds om dit proces-verbaal boven water te krijgen zijn echter vruchteloos gebleven. Vooralsnog ga ik er vanuit dat de mannen niet zijn verdronken.

In november 2003 kreeg ik een uitvoerig rapport in handen met betrekking tot de opsporing van vermiste Linecrossers, mensen die in de periode september 1944 tot mei 1945 getracht hebben vanuit bezet Nederland naar het bevrijde gebied van Nederland te komen en/of bij deze pogingen gevangen genomen of verongelukt zijn. In dit rapport komen onderzoekers tot de conclusie dat Gouman, Wobbes en Wijdeveld mogelijk de vermisten kunnen zijn die op een terrein in Wageningen zijn gevonden. Ondergetekende gaat nu verder onderzoeken wat er vervolgens gebeurd is.

Aduard, 21 december 2003
Jannes Wobbes

 

Heeft u aanvullende informatie omtrent dit onderzoek klik: contact